geb. vóór ca. 1680, ovl. 1720-1744, wonend te Almelo (1697..1716), doopget. (1705, 1716), otr./tr. 1o Almelo 31-1/2-3-1697 (als nagelaten dr. van Daniel Weerman) Hendrik Ruink, ovl. 1697-1714, wonend te Almelo (1697) [732], zn. van Berend Ruink, oud-Burgemeester, otr. 2o Almelo 19-1-1714 (met attestatie op Denekamp), tr. Denekamp geref. 27-1-1714 (met attestatie van Almelo) Godschalk ten Bruggencate, ovl. vóór 1762, wonend te Almelo, doopget. (1716), zn. van Herman ten Bruggencate en Fenneke Godschalk.[733] Hij hertr. Almelo 12-2-1744 Engelke Pelsers. [734]
Stadsgericht, Almelo, 11-9-1716: Godschalk ten Bruggencate, en zijn huisvrouw Bertha Elizabeth Weerman namen een hypotheek op bij Hendrik ten Cate, en zijn huisvrouw Stijntjen Tielemans, met als onderpand hun huis en weehre, tussen het huis van Thomas Schimmelpenning en de gang of Gemeene Strate.[735]
Stadsgericht, Almelo, 3-1-1720: Godschalk ten Bruggencate, en zijn huisvrouw Bertha Elizabeth Weerman namen een hypotheek op bij Lucas van Cleef te Zwolle en zijn huisvrouw Geertien Kops, met als onderpand hun huis en weehre, tussen het huis van Thomas Schimmelpenning en de gang of gemeene straate, alsmede hun nieuw gebouwde huis van 2 woningen en een pakhuisje staande op de Doele.[736]
Volkstelling Stad Almelo 1748:
Gezin van Godschalk ten Bruggencate (1e kwartier). Gezin bestaat uit Godschalk en vrouw Engele.[737]
Uit haar eerste huwelijk (Ruink-Weerman) vermoedelijk (doopboeken van Almelo voor 1734 ontbreken):
1. Daniel Ruink, geb. vóór ca. 1705, ovl. na 1727, j.m. van Almelo (1727), otr. Denekamp geref. 30-4-1727[738] Gesina Palthe, j.d. van Denekamp (1727), dr. van Gerryt Jan Palthe en Bartha Elizabeth Stoppers (zie kw. nr. ⇒ 837 sub d/1).