Predikant in Denekamp
OmG-069 OmG - Denekamp St. Cat. Vic. 09-07-1728 Denekamp. Finale afrekening en liquidatie tussen Catharina Palthen en Pot Berend, in bijzijn van de getuige ds. Henricus Weerman, pred. te Denekamp, Anthonie Palthe en Jan Aveskamp, inzake de jaarlijkse uitgang van 7 schepel rogge en 9 schepel gerst uit het erve Pot te Denekamp. Met nadere afrekening van 29 juli 1743. N.B. Oorspr.
OmG-070 OmG - Denekamp St. Cat. Vic. 24-02-1722 Kwitantie door Joanna van Ulsen, wed. Palthe, aan ds. Weerman, voor de voldoening van miskoorn uit de erven Lubberink, Vrielink en Tijman (te Noord-Deurningen) aan de vic. c. Catharina etc. over de jaren 1708 t/m 1717. N.B. Oorspro. afschrift gewaarmerkt door J.W. Cramer.
OmG-071 OmG - Denekamp St. Cat. Vic. 26-03-1714 Denekamp. Liquidatie en afrekening tussen ds. Joannes Henricus Weerman, predikant te Denekamp, en zijn schoonmoeder Johanna van Ulsen, wed. Palthe, over het tijdvak sedert 14 februari 1710. Met nadere gelijktijdige acte, waarbij Johanna van Ulsen haar schuld afdoet met meubelen en boeken. N.B. Oorspr.
OmG-072 OmG - Denekamp St. Cat. Vic. 14-02-1710 Denekamp. Kwitantie door Johanna van Ulsen, weduwe Palthen, aan ds. Joh.Henr. Weerman, predikant te Denekamp, voor de voldoening van 4 schepel rogge uit het huis te Noord-Deurningen, en een schepel miskoren uit her erf Tijman, verschenen op st. Maarten 1709. N.B. Oorspr. gewaarm. afschr. J.W. Cramer.
geb. Almelo 30-6-1679, ovl. Denekamp 19-3-1738, ingeschreven als student theologie 11-9-1696 te Franeker,[496], beroepen als predikant te Denekamp (1703) na het overlijden van zijn schoonvader, kopieert een deel van het door zijn voorganger J. Palthe aangelegd, verscheurd aangetroffen en thans niet meer aanwezig doop- en trouwboek [497], j.m. te Almelo (1704), is als rentmeester beheerder van de havezate Noorddeurningen (ca. 1715), [498] heeft een geschil met de kerkeraad betreffende de administratie van de kerkelijke goederen en de aanstelling van kerkelijke functionarissen,[499] otr. Almelo 25-5-1704 (als j.m tot Almelo, predikant tot Deijnekamp) otr./tr. Denekamp 25-5/2-7-1704 ("in den houwelijken staat bevestigt door Ds. Henr. Palthe S.S.M. candidaat" (haar oom) [500])
Op 5 mei 1707 ondertekent Ds. Weerman in Bentheim ten overstaan van een keizerlijke notaris een verkoopakte van de halve Einhorster mate (bezit van zijn ouders). Daarbij wordt vermeld, dat hij optreedt voor zichzelf, maar ook als gevolmachtigde van zijn broer Gabriël en zijn zwager Hendrik Ruink en tevens namens zijn neven Herman Weerman en Maria Weerman (genoemd Hermsen) en ook nog namens Daniël, Christina en Catharina Hebrecker.